Je kon toen nog in de Mark zwemmen of poeieren en achter de Ginnekenweg stonden geen huizen.



1. Varend op de Mark had je bij de Duivelsbrug MariŽndal, een fraaie villa in Italiaanse stijl gebouwd. Nu staat er het woonhuis van de Ginnekense dominee.
De huizen tussen de Ginnekenweg en de Mark zijn pas in het begin van de jaren dertig gebouwd. Vanuit de huizen aan de Baronielaan keek je tegen de achterkant van de huizen van de Ginnekenweg. Er tussenin waren toen alleen maar weilanden. Rond de Mark heeft zich vroeger van alles afgespeeld. Geregeld stond het water hoog en als het weer er naar was, dan zag je het water met het uur stijgen. Tot het moment dat diverse straten in Ginneken weer eens blank kwamen te staan.

Met hulp van buren en vrienden werd dan alles uit de tuinen gehaald en naar een droge plek versjouwd. Ook de tuinen van de huizen aan de Burgemeester Passtoorsstraat stonden dan blank. Meestal zakte het water na enkele dagen weer en was het mooi gemaaide gazon veranderd in een moddervlakte. De jaarlijkse overstromingen hoorden gewoon bij het Ginneken, daar was niets aan te doen. Toen de weilanden tussen de Ginnekenweg en de Baronielaan waren volgebouwd heeft men er daar ook veel last van gehad.

Zonder een kaartje te kopen kwamen we dan gratis op IJsvermaak…

Veel Ginnekenaren op leeftijd zullen nog wel weten dat bij voorbeeld de Koningin Emmalaan voor een groot deel onder water stond. Als het een strenge winter was bond de jeugd aan de walkant van de Mark de schaatsen onder en schaatsten vervolgens naar hun school in Breda. Als men vrij had, werd er in de andere richting geschaatst, naar het toen ook al aanwezige IJsvermaak naast kasteel Bouvigne. Daar kon men dan stiekem zonder een kaartje te kopen aan de achterkant over een walletje klimmen en gratis op de ijsbaan komen. Voordat de Dr. de Visserschool in het begin van de jaren dertig werd gebouwd en alles dus nog weiland was tussen de Ginnekenweg en de Baronielaan, werd er op warme dagen vaak een verfrissende duik genomen in de Mark.

Een bewoner van vroeger herinnerde zich nog als de dag van gisteren dat, als hij aan de Mark zat te vissen, er nogal wat bootjes lang kwamen varen. Weekenden lang zag hij dezelfde twee pastoors in een kano voorbij komen. Ze begroetten hem dan hartelijk, staken een sigaartje op, kletsten wat met elkaar waarna ieder weer zijns weegs ging. Ook cadetten van de KMA met hun verloofdes kwamen in hun wherry’s langs varen. Maar het gezelligst was het toch op warme avonden in juni. Dan kwamen vissers in hun bootjes in de Mark op paling vissen. Dat begon meestal als het schemerdonker werd. In bootjes kwam men dan aangeroeid. Midden in de Mark werd het bootje stil gelegd door aan iedere kant een lange stok in het water te steken.

Er kwam wel eens een ijsvogeltje op het topje van mijn hengel zitten…

De vistechniek die dan bedreven werd, heette op z'n Brabants gezegd 'poeieren'. Een tros wormen werd gebundeld aan het eind van een korte hengel aan een ijzerdraad gehangen. De top van de hengel moest vlak boven de waterspiegel gehouden worden en werd zachtjes op en neer bewogen. Als je dacht iets zwaars te voelen, een paling had zich hopelijk aan de wormen vastgezogen, dan werd de hengel met een vloeiende beweging opgehaald. De paling werd in het bootje met een korte schokkende beweging losgeschud. Poeieren aan de walkant kon ook, maar dat was minder succesvol. De afgeschudde palingen liet men terecht komen in een omgekeerde paraplu. Zo was het de hele avond vissen en ondertussen het uitwisselen van nieuwtjes. Dat ging dan over voetballen of wielrennen, vaak tot diep in de nacht.

De volgende ochtend werd de paling schoongemaakt en genoot men die dag een heerlijke vismaaltijd. “Als ik weer eens zat te hengelen op een warme zomerdag, gebeurde het vaak dat er een ijsvogeltje op mijn hengel kwam zitten”, vertelde de vroegere Ginnekenaar. “Turend naar het wateroppervlak nam hij dan plotseling een duik in het water en had dan de meeste keren beet. In de verte hoorde je om het halve uur de klok van de Laurentiuskerk slaan en genoot je van het uitzicht over de weilanden met koeien en de huizen van het dorp op de achtergrond. De Mark werd later rechtgetrokken en gekanaliseerd, Er stroomt nu één grauwe watermassa doorheen in de richting van Breda, helemaal tot in Dintelsas.

Kaat van Haperen, de bekendste boerin van Ginneken en omstreken…

Vaarde men in het bootje over de Mark in de richting van België, dan kwam je langs mooi aangelegde tuinen van onder andere de families Van der Biezen en Klep. Onder de Duivelsbrug door, direct links (waar nu het huis van de Ginnekense dominee is), had je de jeugdherberg 'Mariëndal'. Iets verderop de grote villa van Raming, toen al met een eigen tennisbaan erbij. Weer verder varend kwam je bij het zo genoemde 'Kippebruggetje' en bij de boerderij van Kaat van Haperen. Kaat was ongetwijfeld de meest bekende boerin van Ginneken en omstreken. Ze stond zelfs op een ansichtkaart die overal in het Ginneken te koop was. Helemaal doorvarend naar Meersel Dreef, legde men daar de boot aan de kant vast om daar goedkope sigaretten te kopen. Strikt genomen was dat in die tijd smokkelen.

Wanneer je nu oude foto's van de Ginnekenmarkt bekijkt, staat daar ook de sigarenwinkel van Rops op, later overgenomen door Van de Brant. Rops was tevens brievenbesteller bij de PTT en bezorgde de post aan de Baronielaan vanaf het Mastbos tot aan de brug vóór het Engelbert van Nassauplein. Dat was tot 1927 nog puur Ginnekens grondgebied. Schuin aan de overkant van sigarenwinkel Rops had je de bekende fotozaak van August Malai met hun twee kinderen Zus en Guus. Fotograaf Melai maakte vroeger vrijwel alle schoolfoto's in het Ginneken en in Breda. Liep je vanaf de Ginnekenmarkt door de Brugstraat (nu Duivelsbruglaan) dan had je aan de rechterkant, direct over de brug, Bad Wörishofen. Dat was in die dagen een landelijk bekend kuuroord. Bad Wörishofen werd op vrijdag 13 oktober 1944 vlak voor de bevrijding van het Ginneken van de Tweede Wereldoorlog volledig verwoest.

Wandelend kwam je ook bij de Ginnekense wielerbaan van Schiffelbusch…

Sloeg je over de Duivelsbrug links af in de richting van kasteel Bouvigne, dan kwam je na een korte wandeling bij de Ginnekense wielerbaan van Schiffelbusch. Het winnende duo Pijnenburg en Wals behaalde daar nog grote successen die landelijk in het nieuws kwamen. Bij het wandelen naar de wielerbaan liepen de konijnen dwars over de weg. Aan de rechterkant, bij de 'Kogelvanger', lagen vroeger grote bomen in het water. Als kinderen balanceerden je op blote voeten van de ene op de andere boomstam op zoek naar salamanders. Verderop zag je bij de Tuchtschool vaak kaalgeschoren jongens lopen. In rijen van drie liepen ze daar onder begeleiding van een leraar. Doorfietsend over de Galderseweg had je aan je linkerkant de 'Blauwe Kamer', een prachtige villa met een grote oprijlaan.

Aan de grens werd er altijd vriendelijk gezwaaid en nooit gecontroleerd…

In de verte zag je dan het torentje van het kerkje van Galder, toen nog met enkele grafzerken aan de achterkant. Onderweg werd wel eens bij een boer afgestapt om aardbeien te plukken. Een 'sipje' waar ze in moesten kregen je gratis, maar voor de aardbeien moesten je twee gulden betalen. Verder ging het dan naar Meersel Dreef, waar de kinderen bij café 't Jaghthuis een kopje warme chocolademelk kregen en de volwassenen een Belgisch pilsje dronken. Op de grens tussen Nederland en België passeerde je de douane, maar je paspoort hoefde je meestal niet te laten zien. Over en weer werd er altijd wel vriendelijk gegroet en gezwaaid. In die tijd reden er bijna geen auto’s. Af en toe kwam je er eentje tegen, hard werd er niet gereden. Er is veel veranderd in de voorbije jaren, ook in Ginneken en omgeving.

2. De Mark slingert zich met veel bochten door het Markdal, onder andere onder het Kippebruggetje door. In de jaren tachtig verdwenen de bochten en het bruggetje.
3. Kaat van Haperen was ongetwijfeld de bekendste Ginnekense boerin aller tijden. In de souvenirwinkels in Ginneken werd een ansichtkaart van Kaat en haar boerderij verkocht.