Nieuwjaarsnacht 1941 was het veel Ginnekenaren te moede door het verlies van de zelfstandigheid.



1. Burgemeester Serraris werd een paar weken vr de annexatie door Breda op de Ginnekenmarkt feestelijk gehuldigd in verband met zijn 25-jarig jubileum als burgemeester van de gemeente Ginneken en Bavel.
We nemen u in het begin van 2011 mee terug naar oudejaarsavond van het jaar 1941. De jaarwisseling stond voor de deur. Met het langzaam wegtikken van de laatste minuten werd de status van het Ginneken drastisch gewijzigd. Van het ene op de andere moment verloor het Ginneken haar zelfstandigheid. Kon men woensdag 31 december 1941 haar eigen zaakjes zelf nog regelen, vanaf 1 januari 1942 werd alles vanuit het statige stadhuis op de Grote Markt in Breda besloten.

Die nacht in 1941 van oud op nieuw moet het voor veel Ginnekenaren een emotioneel moment zijn geweest. Bijna tachtig jaar had de strijd tegen de annexatie door Breda geduurd. Op 1 januari 1942 viel voor het dorp Ginneken het doek. Hoe werden de eerste dagen in het jaar 1942 beleefd. Twee krantenartikelen uit die tijd vertellen daar iets over. Zij geven onder andere een beeld van hoe de zaken ambtelijk werden afgewerkt. De krant het ‘Rotterdamsch Nieuwsblad’ dat hier ook verscheen, meldt op vrijdag 2 januari 1942 onder de kop:

’Burgemeester Jr. Mr. Th.E. Serraris neemt afscheid van zijn ambtenaren…’

Ginneken, 31 December 1941 - ‘Op de oudejaarsdag, des middags direct na het eind van de bureauwerkzaamheden, heeft de burgemeester der gemeente Ginneken en Bavel voor de laatste maal zijn ambtenarencorps om zich heen verenigd gezien en allen in de gelegenheid gesteld om afscheid te nemen van ook hun burgemeester. De plechtigheid van het afscheid en de gedachte dat met dat afscheid tevens het eind van de gemeente Ginneken en Bavel was gekomen heeft op de aanwezigen een zeer merkbaren indruk gemaakt. Er zijn slechts weinig maar daarom zeker niet minder ernstig gemeende woorden gesproken en het was velen ambtenaren die reeds veel jaren voor de hun lief geworden gemeente hebben gearbeid, aan te zien, dat zij moeite hadden hun gevoelens te verbergen.”

“Nadat burgemeester Serraris met zijn echtgenote zijn plaats achter de groene bestuurstafel had ingenomen en het geheel voltallige ambtenarencorps alsmede de politie en de arbeiders der gemeente stonden opgesteld, nam als eerste de gemeentesecretaris, de heer A. G. Bastiaansen het woord. Spreker vestigde er de aandacht op dat het nog zoo kort geleden is, dat in deze zaal hetzelfde ambtenarencorps aanwezig was om den burgemeester te huldigen bij gelegenheid bij zijn 25-jarig jubileum als burgemeester van de gemeente Ginneken en Bavel. Wij allen wisten toen reeds dat ook dit afscheid zou komen en we hebben toen reeds gelegenheid gehad uw verdiensten jegens uw gemeente te belichten.”

Het was de burgemeester aan te zien dat het afscheid hem erg aangreep…

“U blijft voor ons, aldus spreker, burgemeester Serraris en wij allen hopen ook na 1 januari 1942 op uw invloed en steun te mogen blijven rekenen. leder van ons heeft reden om u dankbaar te zijn voor de wijze waarop u steeds onze belangen hebt willen behartigen. Wij zullen dit niet vergeten. Spreker voegde hieraan nog een persoonlijk dankwoord toe voor den steun, alsmede voor de welwillendheid welke ook steeds de verhouding tusschen den burgemeester en den secretaris der gemeente in al die jaren heeft gekenmerkt. De burgemeester, wier het was aan te zien hoezeer dit afscheid hem aangreep, nam hierop het woord om den secretaris te beantwoorden.”

“Ik heb, aldus de burgemeester, gedaan wat ik kon en wel naar mijn beste krachten. Dank hiervoor vraag ik niet want ik deed het altijd van gansche harte. Spreker maakte een vergelijking met een bijeenkomst van 25 jaar geleden en hij ging na hoe het gemeentelijke apparaat in die jaren is uitgegroeid zoodat de raadszaal niet groot genoeg is om het gemeentelijk personeel te bevatten. Spreker dankt God voor de kracht die Hij hem heeft geschonken om zijn taak te volbrengen. Voorts is mevrouw Serraris hem een steun bij zijn moeilijkheden geweest. Als gij, zoo ging spreker verder, een beroep op mij doet om hulp of steun, zult gij allen en zonder uitzondering, steeds een open oor bij mij vinden.”

Het waren kommervolle tijden. Het was oorlog en ons land was bezet…

“Ik dank u allen voor uw plichtsbetrachting en wensch u het allerbeste”, sprak Burgemeester Serraris tot slot. “Na nog een dankwoord aan den gemeentesecretaris voor zijn hulp en hartelijke vriendschap gedurende de vele jaren dat spreker met hem heeft samengewerkt, besloot spreker diep bewogen met een korte samenvatting van de onderlinge verhouding. Er heeft hier steeds geheerscht een sfeer van hartelijkheid en genegenheid. De geest was hier uitstekend en de herinnering hieraan en aan u allen persoonlijk blijven”, sprak de Burgemeester ontroerd. Namens het gezamenlijk personeel werden hierop aan mevrouw Serraris bloemen overhandigd waarna allen gelegenheid kregen persoonlijk afscheid te nemen”.

Het bovenstaande artikel van 2 januari 1942, over het afscheid van burgemeester Serraris, stond tussen een stroom van oorlogsberichten. De tweede wereldoorlog was in volle gang. “Terugkeer Nederlandsche arbeiders naar Duitschland en Frankrijk”, meldt een van die berichten. Ook dat de NSB haar tienjarig bestaan op een grootse wijze had gevierd. Meer getuigend van realiteitszin was de mededeling dat vanaf dat moment voor 1 kilo suiker bon 150 geldig was. Voor 250 gram koffiesurrogaat diende men bon 155 in te leveren en voor 250 gram havermout of peulvruchten was bon 161 aangewezen. Ook meldde de krant dat in Amsterdam twee vrouwen waren gearresteerd die in een kinderwagen een vat boter vervoerden. Het vat boter bleek gestolen te zijn.

Burgemeester Van Slobbe ontving nieuwe inwoners in Bredase stadhuis…

Op vrijdag 2 januari publiceerde het Rotterdamsch Nieuwsblad ook een plattegrond van toen Groot-Breda. Niet alleen Ginneken, maar ook Princenhage was door Breda ingelijfd. Het resterende deel van de gemeente Ginneken en Bavel bleef zelfstandig onder de naam Nieuw-Ginneken. Ook van Princenhage was alleen het dorp geannexeerd . Wat nog overbleef werd de nieuwe gemeente Prinsenbeek. Zes dagen later, op donderdag 8 januari 1942, werden vroegere bestuurderen van de dorpen Ginneken en Princenhage in het Bredase stadhuis op de Grote Markt ontvangen. Daar klonken weinig of geen emoties door in de toespraak van de toenmalige burgemeester van Breda, B.W.Th. van Slobbe. Het was in zekere zin een toespraak van de overwinnaar. De tekst van het artikel luidde als volgt.

“In de receptiezaal van het stadhuis heeft het gemeentebestuur van Breda gistermiddag ter kennismaking ontvangen de deputaties van organisaties en vereenigingen uit de deelen van Ginneken, Princenhage en Teteringen welke met ingang van het nieuwe jaar bij Breda zijn gevoegd (van Teteringen was o.a. het gebied tussen het Oranjeplein en de Wilhelminabrug bij Breda gevoegd, maar het dorp Teteringen zelf bleef zelfstandig - ws). Na de kennismaking richtte burgemeester Van Slobbe zich tot de aanwezigen en herinnerde er in zijn toespraak aan hoe hij het bij zijn ambtsaanvaarding tot zijne plicht rekende datgene te doen waardoor Breda tot grooten bloei zou kunnen worden gebracht. Hij memoreerde voorts de totstandkoming van de annexatie en hoe men ook in Den Haag en in Den Bosch de noodzaak hiervan inzag.”

’De toestand in onze stad is gunstig en Breda drijft zeker niet op één kurk…’

“Het was nu eenmaal niet in het belang van het algemeen, dat aan elkaar gegroeide gemeenten ieder naar eigen inzicht zorgden voor stedenbouwen en ontwikkeling van industrie. Er moest een geheel worden geschapen om in de toekomst goed voor de dag te komen. Het verheugde spreker dat niet de landelijke deelen van Ginneken en Princenhage bij Breda kwamen, daar deze er volgens spreker niet bij hooren” (de waarheid is dat het annexeren van de landelijke delen van Ginneken en Princenhage wel door Breda zijn nagestreefd, maar dat dit door Den Haag werd afgewezen om genoemde redenen - ws). Zoals u wellicht weet zijn Nieuw-Ginneken en de vroegere delen van Princenhage in 1997 ook door Breda geannexeerd, dit na grote tegenstand van de betreffende inwoners. Het artikel over de ontvangst door burgemeester van Slobbe in het Bredase stadhuis ging nog verder.

“Dat de annexatie haar beslag kreeg, geheel volgens de oorspronkelijk gemaakte plannen, daarvoor bracht burgemeester Van Slobbe dank aan dr. Frederiks, secretaris-generaal van Binnenlandsche Zaken. Hij bracht voorts ook dank aan de burgemeesters van de geannexeerde gemeenten voor den zakelijken strijd die moest worden gestreden zonder dat de hartstochten tot koolhitte werden opgevoerd. Richten wij het oog op de toekomst, aldus burgemeester Van Slobbe, dan kunnen wij constateren dat de toestand in onze stad gunstig is. Breda staat er goed voor en drijft niet op één kurk. Er is genoeg industrie, een goed winkelbestand en toenemend vreemdelingenverkeer. Er zijn bedrijven van groote vitaliteit, landbouw en vooral tuinbouw, welke laatste in de toekomst nog meer zal worden bevorderd. We vormen een naarstige en ijverige bevolking.”

De gemeenteraden werden door de Duitse bezetter buiten spel gezet…

“Tenslotte zei burgermeester Van Slobbe dat de gehele bevolking van Breda er van verzekerd kan zijn op het gemeentebestuur te kunnen rekenen. Onderscheid tusschen de bewoners van nieuw en oud Breda zal niet worden gemaakt en rekening zal ook worden gehouden met bijzondere omstandigheden. Met een verzoek op aller medewerking voor den groei en bloei van Breda besloot burgemeester Van Slobbe deze druk bezochte receptie. Onder de aanwezigen waren afgevaardigden van o.a. de Boerenleenbanken, Katholieke Actie, Wit Gele Kruis, kerkbestuur van de H. Laurentius, Ginneken Vooruit, Mannenkoor Ginneken en Princenhage, Sint-Cecilia Princenhage en Ginneken, de directie van de Tuchtschool te Ginneken en vereenigingen Groen Wit en Zwart Wit.”

We hebben kunnen lezen hoe de burgerij en het gemeentelijk personeel afscheid namen van het 'zelfstandige Ginneken'. Maar hoe zat het met de politiek, onze vertegenwoordigers in de gemeenteraad. Een bijeenkomst van de Ginnekense gemeenteraad vond plaats op de 30ste juli 1941, vijf maanden voordat de annexatie een feit zou worden. Er was in het Ginneken net bericht ontvangen van het provinciebestuur hoe men wilde dat de annexatie haar beslag zou krijgen. De gemeenteraad van de gemeente Ginneken en Bavel was furieus. “De voorzitter (burgemeester Serraris - ws.) is van mening”, zo staat er in de notulen te lezen, “dat men zoo lang mogelijk moet vechten. Men moet het zinkende schip niet verlaten”. De sfeer was zeer grimmig en tot ‘koolhitte’ opgelopen, wat later door burgemeester Van Slobbe werd ontkend.

Opnieuw zullen er weer twaalf klokslagen over het Ginneken galmen…

Maar aan de invloed van de gemeenteraad (dus de bevolking) om te kunnen bepalen hoe het besturen plaats dient te vinden, zou abrupt een einde komen, precies vier maanden vóór de annexatie. In september 1941 werden door de Duitse bezetter alle gemeenteraden in Nederland naar huis gestuurd. Dat gold ook voor de colleges van burgemeester en wethouders. Alleen de burgemeester bleef nog in functie en werd in veel plaatsen in Nederland vervangen door een N.S.B.-burgemeester die de vijand welgezind was. Van de gemeenteraad, dus de politiek, heeft burgemeester Serraris indertijd officieel geen afscheid genomen. Haar fanatieke inzet om Ginneken tegen de annexatie te behoeden werd door de ontwikkelingen bruut onderbroken.

2. Het bestuur van de gemeente Ginneken en Bavel gefotografeerd in het gemeentehuis aan de Raadhuisstraat. Burgemeester Serraris was zodanig kort van stuk dat hij een voetenbankje gebruikte. 4. Vanaf 1 januari 1942 viel het Ginneken onder Breda. Daags na de annexatie werden deputaties van organisaties en vereenigingen uit Ginneken, Princenhage en Teteringen met een ‘overwinningsspeech’ door burgemeester B.W.Th. Slobbe in het Bredase stadhuis toegesproken.